Alkmaars dichtersgilde

geschreven en gelezen ter gelegenheid van de Ronde van Noord-Holland, april 2011

AFZIEN

Zeg renner daartussen
genummerde ruggen,
die met het schot van de start
nog vers in de oren
streefblind voorbijgaat
aan zaansgroene huizen
en antieke fabrieken,
 
die in strijd om de kop
van de kleurige kudde
strak in cadans gaat
over polderland-plat
en na de kasseien

van de Munnekenweg,
dwars door de stad 
van kaas en historie,
sprint voor victorie,
 
die na Schoorldam,
hoog op de dijk
met West-Friesland beneden,
onvermoeid kachelend
in een slingerend lint,
met snot voor de ogen
schuin door de bochten
het erfgoed bedwingt,
 
die zich in de straten van Schagen,
bij ratelende derailleurs
en wie weet op de zeem al beurs,
door de rinkelende Rabo-kassabel
toch weer tot een sprint laat dagen.

Jij renner die met tandgeknars
van mensen en het grote mes,
zonder weet van heg of steg,
waaiert door de Wieringermeer,

 voor wie de Zuiderzeese steden
in blinde strijdlust zijn verschraald
tot volk-omrande klinkerwegen.
En Purmerend uit louter sprintwinst
voor het klassement bestaat.  

Zeg renner daar tussen
genummerde ruggen
die voorbij het rode vod,
leeg en kapot
vermoeidheid negerend,
scherp demarrerend 
in gevecht om de zege
geen belager ontziet,
 
als jij straks thuis,
moe op de bank
met sport in beeld op de buis,
jezelf ziet zwoegen
door polderland en steden,
sta dan heel even stil
bij Noord-Hollands schoon
waarlangs je blindeling strijdend
voorbij bent gereden.

 

©  Adrie Oudejans