Alkmaars dichtersgilde

gedicht van de maand april 2011
 
MOEDER

Je slaapt, je lief gezicht
verwrongen door dromen
die je niet begrijpt.
 
Ken je me nog wanneer
je wakker wordt?
Je reist al jaren heen
en weer, tussen weten
en vergeten.
 
Soms ben je hier en lach je
naar me. Vaker ben je daar
en je kijkt boos. Je verkeert
tussen mensen die je niet
kent, behalve soms
van voor de oorlog.
Weet je nog?
 
Moeder, ik moet nu gaan.
Slaap maar lekker.
Je dromen kunnen niet
erger zijn dan je waken.
 
 
TIJD VAN LEVEN
 
Heeft mijn uur geslagen,
jongen? Ik weet het niet.
De laatste keer dat ik
de klok hoorde slaan,
ben ik de tel kwijt geraakt.
Ik weet niet meer wat er
na vijf komt. Ik vergeet
veel de laatste tijd.
 
Als ik mijn uur gemist heb,
moet ik nog een dag,
angstig dromen, voor het weer
zo laat zal zijn en ik
tel wat is gedaan. Wat doet
een dag, een uur er toe?
Ik weet het niet. Vergeten is
mijn laatste troost.

 

©  Adriaan van IJperen