Alkmaars dichtersgilde

WATERTOREN

Er was cholera voor nodig en
wetenschap; schoon water redt
een stad; druk gaf rust aan kranen
boven gootstenen van zink of
het lavet. Er werd een stenen
suite neergezet aan de rand
van het spoor, een kant van de weg.
Een teken dat het water werd
gehuisvest.

Water voor grauwe kindersnoeten,
water voor afwas, thee en langer
melk. Wie water heeft leeft; water
maakt zacht. Een stad hervindt zich
in de rimpeling van haar oppervlak,
bevindt zich veilig in de aanblik van
haar stenen onderdak.

Maar het geloof dat water gerust
elkeen vindt vergde na jaren
niet langer een stenen schoot.
Het water vond haar weg. Haar huis
behield het oog op de stad. Treinen
denderden voort. Nog altijd staat
alles waar het hoort; aan de rand
van het spoor vinden wij houvast,
komen we thuis.

© Margreet Schouwenaar 2015