Alkmaars dichtersgilde

geschreven ter gelegenheid van de heropening van de Friese Brug, 16 september 2009

BRUG

De brug, de hand tussen hier en daar,
het stenen zetje naar de overkant
waar wens en niet gebeurd woont-
in stille hoop en groener gras. Geen
kijken was zo open. Geen geloof kon
zomaar lopen zonder de randen van
een brug. Wat wil een mens naar daar,
waar meer verwordt tot verlangen
naar huis, tot haken naar bekende muren,
de eigen geur.

Toch gaan. Heen en terug, over
de verdraagzame brug. Een
onbegrijpelijk moeten dat wil gaan,
aanhoudend wil gaan over de
lankmoedige brug. De slag tussen
hier en daar, tot de drang verkeert
in staan. Kijken naar hoe ruim, hoe
groot, hoe wijd. Hoe groen, hoe blauw,
hoe oud het water. Kijk, het stroomt
onder je handen.


©  Margreet Schouwenaar