Alkmaars dichtersgilde


Geschreven ter gelegenheid van de eerste fakkeloptocht in Alkmaar voor verdraagzaamheid
op 7 november 2015


DE WERELD BESTAAT IN MIJ

Verdraagzaamheid: zelfst. naamw.;
de bereidheid van anderen veel
te verdragen. Ik hoor mijn moeder
lachen. Zij zou zeggen: ‘Ze bedoelen:
we moeten elkaar verder dragen.’

Zij bestaat in mij naast de beelden
van aangeharkte lichamen, de zeis
van de dood in handen van levenden.
Naast het beeld van de zee die een kind
aan land droeg; naast burenangstogen.

Naast mijn vader met een mond die net
zo rap kon bliksemen als huilen. Hij zei:
‘onrecht voedt de vete.’ Hij gaf om goed
en gaf en staat in mij in een wereld
waar hoofden worden geschild als fruit.

De wereld doet mij aan als vraag: wat draag
ik verder? Waar raak ik thuis? Ik kijk naar
de merel, zijn potig lijf, zijn klinkende strijd
om een gebied; hij zingt niet om niet. Hij zingt
om wat een lied kan redden. Zacht zing ook ik.

Verdraagzaamheid: zelfst. naamw.;
de bereidheid licht door schaduwen
te zingen; te zingen, samen te zingen.

© Margreet Schouwenaar

From grass and grazing
to Dutch cheese,
is written on my land
below the sweeping grey
of master sky.

How I won’t forget
the slow movements of
multicolored milk-girls,
the bending of the ditch,
stitches on Godforsaken plains
where fog erases to clarify the day.

All what remains is language
with as significance our bread
layered with gold.

Reality is great,
even in recalling.

vertaling Liselotte Demmers