Alkmaars dichtersgilde

Gedicht van de maand juni 2014

Verlangen

 

De kleine, ronde kei staart

al lang, zo lang, een keienleven

lang, verlangend naar de lucht

naar het zorgeloze, wiegelende

wolkenvaren, het losbandige,

gewichtloze gedoe van vogels.

 

Hij ligt zwaar, zo zwaar

bewegingloos, geklonken

aan de aarde, hopend

op een ooit, een eens.

 

Vogels fluiten hem uit:

als je maar wil, je moet

erin geloven, zo geloven.

 

Hij droomt, hij wacht,

hij bidt, hij bidt zo lang,

hij koestert zijn visioen.        

 

Dan, onverhoeds,

 

- een godenhand? -

 

is er geen zwaarte meer,

hij vliegt, vliegt

blauwehemelhoog,

laag, hoog, boog, zo hoog.

 

Een stem roept uit:

“zeven, hij ketste zeven..”

 

voordat het water  zich

boven hem en zijn

herinnering voor eeuwen sluit.

 

© Anneke Goddijn