Alkmaars dichtersgilde

geschreven ter gelegenheid van Monumentendag 2013

Weledele heer De Dieu,

Toeval bracht mij in het Egmont Huis.
Nieuwsgierig, op mijn tenen,
opgewonden liep ik als een kind,
dat een schatkist op de zolder vindt.

Ik dwaalde achter hoge deuren
proefde sfeer in pracht en praal
zag geschiedenis in schilderijen,
ornamenten, goud- en houtsnijwerken.
Weelde van zo lang geleden.

Ik fantaseerde, aaide wanden,
liep in kamers, hoge gangen
glimlachte in goudgerande spiegels
en bewonderde kristallen lampen.
De rijk versierde haarden.

Het oud behang, de jongen, het
meisje met de verlegen blikken, zo
kwetsbaar nu in craquelé. De zwaan,
de visser op de brug, de vogel.
Een wonderlijk glooiend landschap.

Ten slotte het ovaal plafond. Muziek
in heldere pigmenten. Betoverend
de wild en woeste wolken:
een hemels wonder.

Weledele heer De Dieu,
Uw Egmont Huis, het is bewaard
door God, het lot, of zegen
van uw goede buur.
Het zal ook mijn schaduw overleven.

Aan wie zal ik de sleutel geven?

©  Thea Houtenbos