Alkmaars dichtersgilde

geschreven op verzoek van de organisatie Kunst tot de nacht 2012.

KUNST SMAAKT

Kunst eet met drie lepels
van een leeg bord. Niets
raakt op op het gretig linnen,
in het koelbloedig steen.
Manna valt uit gestrekte
armen onder rappe voeten.
Honderd maal start het lied,
terwijl zwijgende woorden
met een enkele zucht
uit een kaft ontsnappen.

 Kunst maalt om niets, toost
In het groot, hangt doeken in
de wind; op het puntje
van een tong ligt altijd
als het zout van de aarde,
het zout in de wonde, jij.
Nieuw gevonden, op muziek
gezet, in steen te beluisteren,
ongekend op een palet
snak jij, smaak jij, zin jij.

Kunst gaat met volle schalen
door de nacht. Kunst legt aan
de dag.


©  Margreet Schouwenaar