Alkmaars dichtersgilde

geschreven ter gelegenheid van de herbenoeming tot stadsdichter van Alkmaar, onthuld
op 5 mei 2012 in de Paternosterstraat, tezamen met vijf andere verzen van Margreet Schouwenaar

WAT VERS 

Woorden uitbenen met poëzie,
vellen looien tot vroeger huid.
Van geen tijd weten, vergeten
tot verzen opstaan in meer dan
nu; ook straks en toen zijn van hier.
 
Mijn kind van eens vier valt in regels,
zoekt haar stem. Met geheven vinger
wijst zij mij: “ ik hoor de wereld.” Ik hoor
gelijk, zwijgen vindt het meest. Bomen
buigen, wolken luisteren, vogels ruimen stilte,
 
woorden botten. Haar eerste klank: “Da!”
Hoe wat één is meer wordt in kennen.
Groei probeert te mogen, zelfs op papier,
Ik zie haar bruine ogen, haar kleine lach,
vandaag als nieuw. Poëzie doet het licht aan. 
 
Uit.


©  Margreet Schouwenaar