Alkmaars dichtersgilde

gedicht van de maand april 2012

HOE MIJN HAAR 

Wie zei mij hier te staan, wees mij deze
plaats? Ik kan mijn rug niet zien, ik buig
in de wind, maar breek baan noch uit.
 
Ik schuif in rijen, sluit aan, doe een stap                     
terug. Ik ken mijn getal niet, maar weet
de weg in de metro, de tegels naar 
kantoor; zet mijn mondhoeken juist
in beweging. Omhoog is het doel waar
de lege akkers van gebakken lucht.
 
Waartoe die ddrang? Den kniet. Denk
bij wijze van boekhouden een, twee in
de rij. Het doek is op. Er is gezaaid.
Ook dit beest bood zich aan. Allang
oogst alleman een afgemeten wij. 
 
Gewoontes graven diep. Er is niets
te zien. Weten waar te staan jaagt
aan. Vooruit, vooruit, op het ritme
van de schoenen. Schiet loot, sla dood.
 
Weet ik nog hoe mijn krullen dansten,
stuk voor stuk, in de schare van mijn haar?

©  Margreet Schouwenaar