Alkmaars dichtersgilde

Geschreven ter gelegenheid van de viering van het 500-jarig bestaan van het van Covelens-orgel
Gelezen in het Nederlands en Engels tijdens de opening van het Orgelfestival Holland op 17 juni 2011 in de Grote Sint Laurenskerk..

COVELENS’ VOORZIENING

               Jan van Covelens, orgelbouwer, circa 1470 - circa 1532. Zijn Meesterwerk: het orgel uit
               1511; nu het oudste bespeelbare Nederlandse orgel, in de Grote Sint Laurenskerk.

Hij hoorde de klank in het vallen
van het fruit, het bladeren van
het kribbig blad, in het zwijgen
van het kleinste graf. Hij verstond
de kracht van een uitgestoken
hand, de zuivere toon van liefde,
de machtige slag van een angstig
hart. Hij vernam eb en vloed, krekel
en kraai en bouwde hun instrument.
 
Hij bracht het huiveren van de regen
en het lichtste licht in harmonie. Hij boog
zijn knie voor hem die lijdt en zocht
de kleinste pijp voor zijn verstommen.
 
Hij beluisterde het geklepper van hoop
over massa’s wegen, en vond adem
in de eenvoud van een lach. Het viel
hem in dat alles stem had. Alles lucht was,
als verlangen naar vroeger. Dat zingen
overal kan beginnen. Hij begon, zong,
achterhaalde de adem van het lied.
Joeg lucht door pijpen, liet wind spreken
 
voor Hem wiens ongezien gezicht glimlachte
voor de hand van de organist die het vallen
aan het fruit, het bladeren aan het blad,
het spreken aan het graf teruggaf.


©  Margreet Schouwenaar